menu

Käthe

 

De Käthe werd in 1914 als Heckschiff (schoeneraak) gebouwd bij Hendrik Kroeze te Hoogezand voor een Duitse opdrachtgever.

De constructie en de vorm van de romp van de heckschiffen zijn precies als de Nederlandse schoeneraken, maar de dekindeling en de dekhuizen waren typisch Duits. In tegenstelling tot de Nederlandse schippers die meestal met hun gezin aan boord woonden, hadden de meeste Duitse kapiteins een woning aan de wal. Hierdoor hadden de heckschiffe een betrekkelijk kleine verzonken roef op het achterdek voor de kapitein met daarvoor een houten “kochhaus”. De bemanning sliep meestal in het vooronder.

 

De Käthe voer tot 1919 op Hegoland tot het in zwaar weer strandde op de kust van Gothland. Door de slechte economische situatie in Duitsland in die tijd kon de eigenaar de berger niet betalen waardoor het schip in zweedse handen kwam en voor de cementindustrie vanuit Stockholm ging varen.

In de jaren 50 werd het schip naar Denemarken verkocht waar in 1951 de huidige motor werd ingebouwd, een 2-cilinder BMW Alpha van 100 pk.

Het schip werd toen ook omgedoopt tot IB Johanson, wat later simpelweg IB werd.

Tot 1969 voer het schip in de vrachtvaart waarna het zijn dagen sleet in de steenenvisserij.

Het schip werd in 1983 naar Amsterdam verkocht en lag daar tot 1989 in de gracht met een mast.

Vanaf 1989 is de Heer Wiersema eigenaar van het schip en laat het zeer grondig restaureren. Het schip verkeert op dat moment in zeer slechte staat maar alle aanwijzingen voor de plaatsinge van de masten en de rest van de dekindeling zijn nog aanwezig. De originele dekindeling wordt hersteld met nieuwe kistluiken en met de twee dekhuizen die er van origine op hebben gestaan.

Het schip wordt onder de huidige eigenaren weer klaar gemaakt om er mee te varen.