zilvermeeuw
Stalen Groninger zeetjalk, lengte 23,42m, breedte 4,95m; ca.117 ton; gebouwd in 1906, te Waterhuizen op de werf Gebr. Van Diepen.

Tjalk is een verzamelnaam voor schepen met kromme stevens, rond voor- en achterschip met naar binnen vallend boeisel. Naar type, vaargebied en afkomst onderscheidt men gewone, hek-, paviljoen-, kof- en zeetjalk, beurtschip, Groninger tjalk, skûtsje (Friesland), paviljoenschuit (Hollandse IJsselgebied). Tjalken zijn overal in het land voor alle vrachten op alle soorten van binnenwater en de grote rivieren tot en met de kustvaart gebouwd, tot ze in het begin van de twintigste eeuw door modernere zeilscheepstypen en de motorvaart verdrongen werden.
Het schip heeft eerst ‘Lukiena’ (1906) en later ‘Jacoba’ (1946) geheten. Het heeft vele kenmerken van een echte zeetjalk: vaste mast, dubbel kolsum, kopstringers, spuikleppen in de boeisels, taliescepters voor de stuurtalie, wandelspieren (loopsteunen) in de warings (gangboorden) en een linnet. Bijzondere details zijn de broekschoorsteen op de roef en de ovale patrijspoorten in de kont en de roef. Het schip heeft aanvankelijk met hout en bonen tussen Gelderland en Groningen, later met suiker van Groningen naar Friesland voor de fabricage van gecondenseerde melk.
